Wat cliƫnten en ouders me vaak vragen over stotteren
Op deze pagina beantwoord ik de vragen die het vaakst langskomen, van "gaat dit over?" tot "waardoor komt onzekerheid erbij kijken?". Staat je vraag er niet bij, stel hem gerust tijdens een gratis kennismaking.
Gaat stotteren over?
Dit is misschien wel de vraag die ik het vaakst krijg, en het eerlijke antwoord is: dat verschilt per persoon. Wat ik wel steeds weer zie, is dat het spreeksysteem zelf meestal prima in orde is. Het probleem zit vaak niet in de mond of de keel, maar in spanning, of in wat er speelt binnen het gezin of de omgeving.
Het lichaam zoekt onder druk naar de zwakste plek om ongenoegen te uiten, en bij sommige mensen is dat nu eenmaal het spreken. Dat gaat vaak gepaard met onzekerheid: hoe meer een stottermoment als falen voelt, hoe groter de kans dat de onzekerheid blijft groeien. Precies daar richt therapie zich op: niet alleen op het spreken zelf, maar op het doorbreken van die cirkel.
Onzekerheid en een negatief zelfbeeld bij kinderen
Onzekerheid houdt zichzelf vaak in stand door het gevoel minder te zijn dan een ander, waardoor elk onzeker moment dat gevoel weer bevestigt. Dat gevoel kan gekeerd worden door het (deels) te accepteren, wat voor ouders vaak lastiger is dan voor leerkrachten.
Mag het onzekere gevoel er gewoon zijn, dan neemt de innerlijke druk om te presteren af. Mag het er niet zijn, dan blijft die druk vanbinnen opgevoerd worden en groeit de kans op een negatief zelfbeeld, met als extra probleem dat het gevoel van falen zichzelf bevestigt. Bij kinderen is de rol van ouders daarom van wezenlijk belang: complimenten geven over doodgewone, dagelijkse dingen (meehelpen in huis, rekening houden met een ander) doen daarbij meer dan je zou denken.
Onzekerheid bij volwassenen
Bij volwassenen ligt de insteek van therapie anders, namelijk meer cognitief. Het negatieve gevoel bestaat vaak al te lang om het zomaar zelf te keren. Zelf-analyse en het ontdekken van het belemmerende patroon, heel vaak de lat te hoog leggen, laat zien dat iemand op een destructieve weg blijft zitten. Wil je het als volwassene keren, dan zul je het ook anders moeten aanpakken.
De rol van de therapeut is hierbij belangrijk: die zorgt dat de nieuwe aanpak echt bij je past. Past het niet, dan probeer je het ook niet uit. Blijf je de bestaande onzekerheid uit de weg gaan, dan is dat een mooie voedingsbodem voor nieuwe belemmeringen, en is de cirkel weer rond.
Onzekerheid is daarom eerder een gevolg van mentale blokkades dan een op zichzelf staand probleem. Adviezen als "je kunt dat toch wel" of "daar ben je toch overheen gegroeid" hebben om die reden nauwelijks effect: ze pakken niet de blokkade zelf aan.
Hoe ontstaat die onzekerheid eigenlijk?
Het eerste onzekere moment is meestal een moment geweest waarop een taak net te moeilijk was. Reageren het brein en de omgeving daar normaal op, dan blijft het gevoel neutraal en spreken we van een gewoon leermoment.
Registreert het brein echter een tekortkoming en vormen zich daar gedachten bij, dan krijgt dat moment een emotionele lading. Gedachten als "ik kan het niet" of "dit doe ik nooit meer" ontstaan dan, met spanning tot gevolg, vaak voelbaar in de buik. Een sterke reactie hierop kan bijvoorbeeld een black-out zijn, tijdens een spreekbeurt of een examen. Het afbouwen van die innerlijke druk is dan ook de eerste stap in de aanpak.
Bij volwassenen is er vaak weinig innerlijke rust doordat het leven druk aanvoelt en het idee heerst dat alles moet. Ontspanningsoefeningen, yoga en de lat bewust wat lager leggen hebben een bewezen positief effect op het zelfbeeld. En het mooie is: je bent nooit te oud om een nieuwe manier van reageren aan te leren.
Wat is stotteren feitelijk?
Stotteren is een spreekstoornis waarbij iemand woorden of delen van een zin herhaalt, klanken verlengt of blokkeert, bijvoorbeeld op klanken die je niet kunt aanhouden zoals de k, t of p. Er zijn drie gradaties, van licht tot ernstig, en elke stotteraar stottert op zijn of haar eigen manier.
Soms ontwikkelt iemand ook secundaire gedragingen: vermijdingsgedrag zoals minder praten, of juist duw- en startgedrag zoals een grimas of het meetikken met hand of voet om de spraak op gang te krijgen.
Een paar feiten over stotteren
- Ongeveer 1 procent van de wereldbevolking stottert
- Zingen, fluisteren en toneelspelen lukken bij de meeste stotteraars wel vloeiend, een teken dat het spreeksysteem zelf in orde is
- Stotteren komt ongeveer vier keer zoveel voor bij mannen als bij vrouwen
- Stotteren fluctueert vaak onder invloed van spanning, drukte of onzekerheid
Wat kan ik als ouder, leerkracht of omstander doen?
Laat iemand die stottert vooral uitpraten, kijk diegene aan en geef de tijd om een verhaal af te maken. Praten in een rustiger tempo, opnieuw ademhalen, kalm blijven en eerst nadenken voor je spreekt, helpen vaak meer dan je zou verwachten, zowel voor de spreker zelf als voor wie ernaast staat.
Werkt dit ook bij meertaligheid?
Ja. Stotteren houdt zich niet aan een taalgrens, en ik heb veel ervaring met meertalige kinderen. De aanpak werkt in elke taal die een kind spreekt.
Staat je vraag er niet bij?
Stel hem gerust tijdens een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.
Plan een gratis kennismaking